Tuesday, 9 September 2008

Road Trip 1.2

Goed, waar te beginnen. Ik moet duidelijk wat vaker updaten, want ik heb de meeste verhalen van mijn trip nog niet eens verteld.

Ik zal beginnen met het sterkste verhaal van de trip:
Na ons vertrek uit Smogen kwamen we, via een een ander prachtige vissersdorpje waarvan ik de naam nu alweer vergeten ben (damn you, alcohol!) en waar veel films worden opgenomen, en via Halden, een stad met een enorme vesting, tegen de avond aan in de buurt van Oslo. Het was al enigszins donker, en ik had niet zoveel trek meer om te rijden.
Geschrokken van de prijzen uit de supermarkt (10 Euro voor een pakje sigaretten), besloten we in de Lonely Planet te zoeken naar de goedkoopste camping in de buurt. Prijzen stonden echter niet vermeld in de gids, dus we gingen er logischerwijs van uit de camping het verst uit het centrum, de Fjorde-camping (volgens de gids met uitzicht over het Oslofjord) wel het goedkoopste zou zijn. De Pakistaanse receptionist verzekerde ons dat het ook zeker de goedkoopste was, maar zijn woord was eigenlijk al ten overvloede na een blik op de ‘toiletvoorzieningen’. Niemand was echt overtuigd, en van het uitzicht op het Fjord was ook geen sprake, tenzij je misschien op iemands caravan ging staan. We besloten de korte wandeling (2 min) te maken naar het fjord, en vonden daar een koffiehuisje met een groot terras aan het water, met een grote partytent. Er hing een bordje op de deur, “gesloten in augustus/september”. Dit bracht ons op het lumineuze idee om over het hek te klimmen en de nacht door te brengen in de partytent. Je moet toch iets om het goedkoop te houden in Noorwegen.

We haalden de auto weg van de campingparkeerplaats en reden, lekker low-profile over het voetpad naar het restaurant om de spullen uit te laden. Dat ging allemaal voorspoedig, daarna heerlijk geBBQ’d aan het fjord en in ons luxueuze onderkomen voor die avond, de partytent, daarna nog even lekker kaartje gelegd en een biertje gedronken. Wouter en Marshall, enigszins de alpha-males van de groep, kregen de ws. door bier gesterkte ingeving dat het misschien ook wel cool was in het koffiehuis zelf en besloten even een kijkje te wagen om na te gaan hoe afgesloten dit gebouwtje eigenlijk was. Mij leek dat helemaal niet zo’n goed plan, en als een ware profeet sprak ik tegen Emlyn : “They will get us in trouble, I’m sure they will set off an alarm or something.”

Maar zoals bij veel profeten gebeurde er niets...tot de volgende ochtend!
Een gestresste Emlyn maakte ons wakker met de mededeling dat de Pakistaanse eigenaar met zijn zoons zojuist het terrein op was gekomen, en hem had verteld dat het alarm was afgegaan en dat hij geloofde dat wij hadden ingebroken en dat hij de politie had gebeld. We moesten dus als de sodemieter onze spullen pakken om een goede indruk te maken. Iedereen pakte snel alles in en ruimde de blikken bier op en Matthias pakte het grote vleesmes en wilde dat in de auto leggen, zich niet realiserend dat dat misschien niet de beste indruk zou maken. Gelukkig kon ik hem ervan overtuigen dat hij dat misschien beter in een tas kon stoppen en dan in de auto zou leggen.

Na een zenuwachtig kwartier kwam de politie in een jeep. Ik moet zeggen, de Noorse agenten zien er op het eerste gezicht toch echt wel een stuk serieuzer uit dat de gemiddelde Nederlandse plofkont met zijn vrouwelijke (ahum!) lesbo-in-denial-collega: baret, kisten, flinke knuppel, crew-cut en behoorlijk in shape. Een van de twee hield zich met de eigenaar bezig en de andere met ons. Toen hij om onze legitimatie vroeg, sloeg Matthias de schrik om het hart, dat had hij namelijk in Kopenhagen laten liggen, en Matthias stamelde tegen mij in het Duits dat hij dat niet had. Ik adviseerde hem, in het Duits, dat hij moest zeggen dat het in de auto lag, want die stond een flink eind verderop geparkeerd.

We hadden trouwens gedurende het zenuwachtige kwartier een verhaal vastgesteld: we zouden midden in de nacht zijn aangekomen, de camping leek al gesloten en het regende, dus we wilden onze tent niet opzetten. Dit verhaal deden we dus ook tegen de agent, maar al vrij gauw werd duidelijk dat we hier voordeel gingen halen uit een van de grote geheime zondes van Skandinavie: discriminatie. Het was me in Kopenhagen al eerder opgevallen, maar net als bij veel Nederlanders, is er bij veel Skandinaviers een latent neiging tot discriminatie aanwezig. De Noren zijn volgens mij nog een stukje erger dan de Denen/Nederlanders. Ik keek even naar de agent die met de eigenaar stond te praten, maar je kon zien dat het hem weinig interesseerde wat de driftig gebarende, kleine bebaarde man in zijn polyester pak aan het vertellen was. En na een kort lulpraatje over onze reisbestemming, het weer in Bergen, welke fjorden aan te raden zijn etc, zei de agent die met ons stond te praten, “You all seem like a bunch of good guys. I would have probably done the same. Just pack up your stuff and go, and don’t do it again.”

“You seem like a bunch of good guys”? Hoe kon hij dat nou weten? Hij had maar van twee mensen legitimatie gezien, beide namen fout gespeld, en we hadden zojuist ergens ingebroken, weliswaar niet in het koffiehuis, maar wel het terras en de tent. Hij bedoelde waarschijnlijk, “you seem like a bunch of white guys”, maar ach, hij hoefde dat natuurlijk geen twee keer te zeggen. Iedereen pakte een tas, en weg waren we.

Meer verhalen binnenkort! Ik heb een supergoed verhaal over het Semester Start Fest in het Tietgens Kollegiet, waar ik mijn naam voorgoed gevestigd/besmeurd heb, maar nu ga ik even een biertje drinken.